Agnes Willemen, Melanie Ehren en Mariska Westdijk: Modellen voor combineren thuisonderwijs en onderwijs op school

Agnes Willemen, Melanie Ehren en Mariska Westdijk
25 mei 2020

Scholen in het basisonderwijs waren de afgelopen twee weken in aangepaste vorm open. Voor deze korte periode werden er nieuwe modellen ontwikkeld voor het combineren van thuisonderwijs en onderwijs op school. We vroegen leerkrachten en schoolleiders welke van de onderstaande modellen hun school implementeerde, met een open antwoord-optie voor andere modellen.

Vier mogelijke modellen
1.    De ene groep volgt onderwijs in de school en de andere groep werkt zelfstandig thuis - aan de hand van dag- en weekplanningen waarbij de volgende opties voor de thuisdag mogelijk zijn:
a)    met verwerkingsmateriaal, oefenstof passend bij de instructie die leerlingen de vorige dag of periode hebben ontvangen, hetzij via digital devices of op papier;
b)    volgens het principe van flipping the classroom, waarbij leerlingen thuis de instructie kijken of volgen en de verwerkingsopdrachten op school maken;
c)    vanuit de basisprincipes van onderzoekend leren aan een project of vragen vanuit eigen interessegebied werken, in de vorm van bijvoorbeeld een werkstuk schrijven over een zelfgekozen onderwerp;
2.    Beide groepen ontvangen gelijktijdig de instructie: de ene groep in de school en de andere groep thuis via de webcam.

We ontvingen reacties van 28 respondenten (de helft van schoolleiders en de helft van leerkrachten) van scholen in Utrecht, Amsterdam, Hellendoorn, Purmerend en de Hoeksche Waard.

Scholen kiezen voor 1a: thuis-onderwijs is werken aan verwerkingsmateriaal en oefenstof
Bijna 70% kiest optie 1a, met 11% voor optie 1b en 11% voor optie 2. Geen van de respondenten noemde optie 1c; ‘onderzoekend leren’. 

Figuur 1 Scholenkiezen voor optie 1a

Figuur 1. Scholen kiezen voor optie 1a 

In de open-antwoord optie werd het volgende genoteerd:
“De leerkracht geeft in de weektaak welke lessen op school gevolgd/gemaakt moeten worden en welke thuis. Alle lessen zijn voorzien van een instructiefilm door de leerkracht, waardoor zij die zowel thuis als op school kunnen kijken.”

Effectiviteit van modellen
Hoe effectief zijn deze modellen voor de leerling? Wat kunnen we leren van deze modellen voor de toekomst, wanneer scholen eventueel opnieuw moeten sluiten of wanneer we gecombineerde modellen moeten inzetten om achterstanden te repareren of wanneer (medisch) kwetsbare leerlingen en leerkrachten niet naar school kunnen komen?

Om het effect van deze modellen op de leeruitkomsten van leerlingen beter te kunnen begrijpen, moeten we twee concepten nader beschouwen. Als eerste het thuisonderwijs, als tweede blended learning.

1.    Thuisonderwijs
Het onderzoek naar thuisonderwijs laat overtuigend zien dat betrokkenheid van ouders en verzorgers bij het onderwijs van hun kinderen positief bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen . Activiteiten van ouders die het meeste effect lijken te hebben zijn samen (voor)lezen, positieve verwachtingen hebben van kinderen, vertrouwen hebben in de leerkracht en het onderwijs, en het ondersteunen van een structuur en omgeving waarin kinderen hun schoolwerk kunnen doen . Hier kwamen in de afgelopen periode van volledig thuisonderwijs meer didactische taken bij, en kreeg de betrokkenheid een meer verplicht karakter. 

1.1 Autonomie van kinderen ondersteunen met concrete didactische en pedagogische tips
Onderzoek naar thuisonderwijs heeft zich ook gericht op de kwaliteit of de manier waarop ouders hun kinderen het beste kunnen ondersteunen. Hierbij geldt dat een ‘autonomie ondersteunende stijl’, waarbij ouders hun kind de ruimte geven om het werk zelfstandig en op hun eigen manier te doen, voor kinderen het beste werkt. Een controlerende manier van helpen, kan eerder negatieve dan positieve effecten hebben op het kind alsook op de ouder-kind relatie . Veel ouders hebben daarom ook behoefte aan concrete tips van leerkrachten, zowel op didactisch gebied (hoe leg ik een breuk uit?) als op pedagogisch gebied (hoe kan ik mijn kind motiveren, vertrouwen geven, helpen het zelf te doen?).

1.2 Variatie in behoefte aan structuur versus ruimte voor creativiteit van leerlingen
Wanneer kinderen thuisonderwijs volgen is het fijn als zij dit zoveel mogelijk zelfstandig kunnen doen. Het is fijn als er elke week een duidelijk weekschema is dat kinderen zelf goed kunnen begrijpen, waarin leermiddelen worden gebruikt waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken, en leerstof wordt aangeboden dat aansluit bij het niveau van het kind. Het is fijn als instructies nog eens terug te kijken zijn, en het werk goed aansluit bij deze instructies. Voor sommige kinderen is het belangrijk dat ze al het werk precies kunnen volgen zoals de bedoeling is. Voor andere kinderen is het fijn als opdrachten een beroep doen op creativiteit, zodat kinderen zelf kunnen bepalen hoe ze de opdracht maken. 

1.3 Belang van de ouder-leerkracht relatie: educatief partnerschap
Nu onderwijs thuis en op school tegelijkertijd wordt aangeboden is het van belang dat leerkrachten en ouders elkaar ondersteunen bij de begeleiding van het kind. Voor het kind is het fijn als leerkrachten en ouders hun ondersteuning op elkaar afstemmen. Dat wordt in de literatuur educatief partnerschap genoemd . Een goede ouder-leerkracht relatie, waarin beide partijen van elkaar willen leren, draagt bij aan de ontwikkeling van het kind. Voor sommige kinderen is de periode van thuisonderwijs heel prettig geweest. Bijvoorbeeld voor leerlingen die op school soms overspoeld worden door prikkels of snel afgeleid worden, of voor kinderen die door de individuele begeleiding van ouders de stof beter tot zich hebben genomen. Voor ouders is het fijn als zij in deze rol worden gekend en gehoord, ook nu kinderen weer voor een deel naar school gaan.

De vier mogelijke modellen verschillen niet alleen in de manier waarop schoolonderwijs en thuisonderwijs worden ingericht. Ze verschillen ook in de manier waarop en de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van online leermaterialen. Wanneer online en face-to-face onderwijs worden gecombineerd, noemen we dat blended learning.

2.    Blended learning
Het onderzoek naar Blended learning is aan het begin van de 21e eeuw gestart. Blended learning betreft een goed doordachte integratie van online en face-to-face leerervaringen . Idealiter gaat het om een harmonieus geheel van hybride vormen van leren, dat leerlinggericht is, en geoptimaliseerd wordt door de combinatie van face-to-face interactie met ICT . Blended learning is dus meer dan het simpel combineren van onderwijs thuis en op school.

Figuur 2 Blended learning, een harmonieus geheel van face-to-face en online learning

Figuur 2. Blended learning, een harmonieus geheel van face-to-face en online learning
https://www.perview.nl/nl/online-blended-learning/

 
2.1 Online vs Face-to-face, synchroon versus asynchroon
Online onderwijs verwijst naar alle digitale toepassingen die in een onderwijsleeromgeving gebruikt worden. Dat kunnen digitale tools zijn om kennis over te dragen (video, podcast, websites, kennis clips), maar ook tools om elkaar te ontmoeten (bijv. MSteams, Zoom, Whatsapp), of tools om zelfstandig te oefenen met leermateriaal (bijv Squla, Gynzy, Rekentuin). Online onderwijs kan door de leerling thuis, op school of elders worden gebruikt.

Face-to-face verwijst naar al het onderwijs dat op school of op een andere plek plaatsvindt, waarbij leerkracht en leerlingen in elkaars fysieke nabijheid zijn. Online onderwijs kan synchroon (tegelijkertijd) of asynchroon (op verschillende tijdstippen) door leerlingen worden gevolgd.

2.2 Leerervaringen geïntegreerd tot een harmonieus geheel
De kracht van blended learning zit niet in de losse onderdelen, maar juist de integratie van online en face-to-face leerervaringen die leiden tot een hybride leeromgeving. Een optimale integratie zou dan betekenen dat de integratie voor de leerling de meeste ruimte biedt om te ontwikkelen. Interessant is dat er specifiek wordt gesproken over leerervaringen en niet over leermiddelen. Hiermee komt de focus te liggen op de leerlingen, en de leerervaringen die zij opdoen.

2.3     Voor- en nadelen van online en face-to-face onderwijs
Online en face-to-face onderwijs hebben hun eigen voor- en nadelen voor leerlingen. Deze zijn gerelateerd aan de drie kerndoelen van onderwijs die verwijzen naar 1) kwalificatie, het verwerven van kennis, vaardigheden en attituden, 2) socialisatie, de verbinding met anderen en het deel worden van bestaande praktijken, 3) subjectificatie, de vrijheid en verantwoordelijkheid van de leerling . De voor- en nadelen kunnen ook vanuit de zelfdeterminatietheorie worden bekeken. Deze theorie stelt dat betrokkenheid en intrinsieke motivatie ontstaat, wanneer leerlingen zich gesteund voelen in hun basisbehoeften naar competentie, verbondenheid en autonomie .

Online onderwijs is flexibel, adaptief en zelfregulerend
Het online onderwijs heeft als groot voordeel dat leerlingen het op hun eigen tempo, hun eigen plek, en eigen moment kunnen volgen. Het terugkijken van een instructie, langzaam afspelen, of juist versneld afspelen of overslaan is eenvoudig. Wanneer devices met meerdere gezinsleden moeten worden gedeeld, is het fijn als onderwijs op een zelf gekozen moment gevolgd kan worden. Hierdoor ervaart de leerling meer eigen regie in volgen van het onderwijs. 
Online onderwijs kan ook flexibel zijn qua differentiatie in doelen. Veel programma’s / software zijn adaptief, ze hebben startopgaven die de vervolgopgaven voor leerlingen bepalen. Ook zijn programma’s zelfregulerend, ze geven feedback op het moment dat een opgave niet correct is.

Online onderwijs kan de leeromgeving verrijken
Een ander voordeel van online onderwijs, is dat het mogelijkheden biedt om een rijke leeromgeving te bieden. Het gebruik van het internet biedt tal van mogelijkheden om het leren meer in verbinding te brengen met de samenleving. Een mooi voorbeeld zijn de musea en dierentuinen die tijdens de Coronaperiode een virtuele rondgang in hun museum hebben ontwikkeld. Maar ook via andere kanalen zoals Klokhuis, SchoolTV, NPO en YouTube is veel materiaal te vinden voor kinderen in de basisschoolleeftijd dat hun leeromgeving kan verrijken.

Online onderwijs maakt monitoring van thuisonderwijs mogelijk
Een laatste voordeel van online onderwijs is dat een digitale leeromgeving vaak de mogelijkheid biedt om de voortgang van een leerling te monitoren. Het is mogelijk om te zien hoeveel opgaven leerlingen hebben gemaakt, welke opgaven zij wel en niet kiezen, en met welke opgaven zij moeite hebben. Dit geeft leerkrachten belangrijke informatie over het niveau en de voortgang van de leerling, waar zij tijdens het onderwijs op school op kunnen aansluiten en uitdagen.

Socialisatie en observatie
Online onderwijs heeft ook een groot nadeel, de fysieke afstand. Dat hebben veel leerlingen de afgelopen periode ervaren. Hoe leuk het ook is om met je vriendjes en de leerkracht te videobellen, het vervangt niet het spel, de interactie, en het fysieke contact dat kinderen in deze leeftijd zo hard nodig hebben. Contact met leeftijdsgenootjes is belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, het zelfvertrouwen en het zelfbeeld . En spel met leeftijdsgenootjes is voor jonge kinderen cruciaal om het leren betekenis te geven .

Het onderwijs op school heeft voor het kerndoel socialisatie dus een belangrijke betekenis. En tweede voordeel van face-to-face onderwijs in de klas is dat de leerkracht beter dan bij online onderwijs kan zien hoe een kind zich gedraagt. Wordt de instructie begrepen, gaat de leerling aan het werk, hoe zit de leerling erbij? Dit biedt veel kansen om direct bij te sturen, wat online een stuk lastiger is. Ook de PO-Raad adviseert leerkrachten om de komende periode de tijd op school te gebruiken voor het ondersteunen van de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen.

Samenvattend
Samenvattend kunnen we stellen dat online onderwijs een aantal voordelen heeft (flexibel, rijke leeromgeving, adaptief en zelfregulerend) maar dat onderwijs op school een belangrijke sociale functie heeft. Bovendien geeft het onderwijs op school de leerkracht weer mogelijkheden om kinderen te observeren en te ondersteunen op cognitief en sociaal-emotioneel gebied.  De combinatie online en face-to-face onderwijs thuis en op school biedt daarom ook veel kansen. Blended learning is effectief als het leerlinggericht is en geïntegreerd is met het onderwijs op school tot een harmonieus geheel. Aandacht voor de rol van ouders blijft van belang, ook als het onderwijs thuis door online leermiddelen wordt ondersteund. De beschikbaarheid van ouders is een belangrijke factor om rekening mee te houden, zeker nu ouders weer vaker naar hun werk gaan. De leerkracht speelt een cruciale rol in het vormgeven van het onderwijs thuis en op school. De komende periode vraagt daarom om maatwerk.

3.    Effectiviteit van de verschillende modellen
Nu we weten waar we rekening mee moeten houden bij thuisonderwijs, en wat de voor- en nadelen zijn van online en face-to-face onderwijs, kunnen we de verschillende instructiemodellen beoordelen (Tabel 1).

We beoordelen deze modellen vooral op basis van onderwijskundige uitkomsten (leerprestaties en ontwikkeling van sociale competenties van leerlingen). In een pandemie spelen echter ook andere overwegingen een rol zoals het voorkomen van virus-verspreiding en economische belangen (bijvoorbeeld de rol van scholen in het mogelijk maken van voltijds werken van ouders).

Optie 1a
Bij optie 1 volgt de ene groep onderwijs in de school en de andere groep werkt zelfstandig thuis met behulp van een dag- en weekplanning. In de meest voorkomende combinatie (1a) volgen kinderen instructies op school en werken ze thuis aan opdrachten (digitaal en op papier) die aansluiten op deze instructie. Het voordeel van deze aanpak voor leerkrachten is dat zij zich kunnen richten op wat er in de klas gebeurt. Als er op school goede instructie, inoefening, verwerking en feedback plaatsvindt, kunnen leerlingen er thuis zelfstandig mee verder. De leerkracht hoeft dan geen begeleiding meer te bieden bij het thuisonderwijs. Op deze manier kan de leerkracht de twee groepen asynchroon onderwijs laten volgen. Voor de leerling heeft dit model als voordeel dat de leerervaringen thuis en op school één geheel vormen. Een ander voordeel voor de leerlingen is dat zij vragen kunnen stellen aan de leerkracht over de instructie, dat zij kunnen leren van vragen die andere kinderen stellen, en extra uitleg kunnen krijgen als dat nodig is.

Het nadeel van dit model voor leerlingen is de instructie niet (meer) online is, en kinderen (en ouders) thuis de instructie niet nog eens kunnen herhalen. Daardoor is het voor ouders lastiger om hun kinderen te helpen met de verwerkingsopdrachten. Een ander nadeel is dat de kostbare tijd op school – die vooral een sociale functie zou moeten hebben, nu gebruikt wordt voor instructie, dat meer 1 richtingsverkeer is en minder kans biedt voor sociale activiteiten. Een derde nadeel is dat wanneer leerlingen thuis verwerkingsopdrachten maken, leerkrachten niet kunnen zien hoe zij erbij zitten, en of extra instructie nodig is. Als het leerlingen hierdoor niet lukt om het werk te maken, betekent dat een verlies aan motivatie en betrokkenheid.

Hier ligt wel een kans voor online leermateriaal. Wanneer de leeractiviteiten thuis digitaal kunnen worden uitgevoerd, en het programma feedback geeft en de voortgang bijhoudt, kunnen een aantal van deze nadelen op een goede manier worden ondervangen.

Optie 1b
Bij optie 1b is het model precies omgekeerd, en volgen kinderen de instructie thuis en doen de verwerkingsopdrachten op school (flipping the classroom). Hier zijn de voor- en nadelen dus omgekeerd. In dit model kunnen leerkrachten zien hoe de instructie is aangekomen, en hoe de kinderen ermee aan de slag gaan. Leerkrachten kunnen extra instructie gedifferentieerd aanbieden, aan de kinderen die daar behoefte aan hebben. Bovendien kunnen kinderen (en ouders!) de instructie zo vaak kijken als ze willen, of overslaan als ze het al begrijpen. Ouders worden in dit model minder verantwoordelijk voor het  verwerken en toepassen van kennis, een opluchting voor veel ouders die daar de tijd of mogelijkheden niet voor hebben. De tijd op school kan ingezet worden om samen leren, werken en spelen te bevorderen. Een nadeel kan zijn dat de instructie van de vorige dag niet meer volledig scherp in het geheugen zit, en de integratie daardoor beperkt is. Maar dit kan worden ondervangen wanneer de leerkracht de tijd neemt voor het ophalen van voorkennis. De voordelen van dit model worden ondersteund door onderzoek dat laat zien dat flipping the classroom positieve effecten sorteert op leeruitkomsten en betrokkenheid , hoewel het meeste onderzoek in het voortgezet en hoger onderwijs is uitgevoerd.

Optie 1c
Bij optie 1c werken kinderen aan een project via de methode van onderzoekend leren. Op scholen waar kinderen al langer volgens deze methode werken zullen kinderen mogelijk thuis en op school aan hun onderzoeksproject werken. Andere scholen kiezen er misschien voor om kinderen thuis aan een project te laten werken gericht op de zaakvakken (wereldoriëntatie, verbreding), terwijl op school de nadruk ligt op de kernvakken taal en rekenen. Van deze optie is lastiger te bepalen wat de effecten zijn, omdat dit voor een groot deel wordt bepaald door de vorm waarin dit wordt aangeboden. Een nadeel lijkt in ieder geval dat de leerervaringen thuis en op school niet één geheel vormen. Een tweede nadeel kan zijn dat de begeleiding bij het project thuis volledig bij de ouders ligt. Om toch een succesvolle leerervaring te creëren, is het van belang is dat het onderwerp van het project aansluit bij de motivatie van de leerling, dat de structuur waarin aan het project gewerkt wordt (de te nemen stappen) voor de leerling en de ouders helder is, dat het gebruik maken van online leermateriaal wordt bevorderd, en dat het project mogelijkheden voor verbinding met anderen (samenwerken) biedt op school. Wanneer het project ook belangrijke leerdoelen dient, en hier een bepaald niveau van wordt verwacht, is goede monitoring en feedback van de leerkracht belangrijk. Een voordeel van dit model kan zijn een verbreding van het aanbod.

Optie 2
Bij optie 2 krijgen kinderen thuis en op school gelijktijdig instructie, de ene groep op school en de andere groep thuis via de webcam. Deze optie heeft als voordeel dat er geen subgroepen ontstaan, en dat leerlingen elkaar dagelijks kunnen ‘zien’. Voor de leerkracht is het voordelig dat alle kinderen synchroon het onderwijs volgen, tijd hoeft niet verdeeld te worden. De leerkracht ziet hoe het kind er thuis bij zit, en kan extra instructie geven wanneer dat nodig is. Maar het kan wel een uitdaging zijn om de leerlingen thuis en op school bij het onderwijs te betrekken. Bovendien is het samen spelen en samenwerken in dit model nog steeds beperkt. Nadeel van een webcam is ook dat de leerkracht de kinderen thuis niet kan zien, of de kinderen elkaar niet kunnen zien, hoewel daar door sommige scholen heel geavanceerde opties voor zijn ontwikkeld. Voor leerlingen thuis en in de klas kan het vertragend werken of niet aansluiten op hun behoeften wanneer zij de instructie live moeten volgen. Wanneer leerlingen na de instructie thuis zelfstandig aan de slag moeten gaan, is het nadeel dat zij de leerkracht niet meer om hulp kunnen vragen, en de instructie niet nogmaals kunnen bekijken. Dit nadeel geldt ook voor ouders. Afhankelijk van welke online tools daarnaast nog worden ingezet voor het verwerken van de lesstof, kan dit model meer of minder positief uitpakken.

Optie 3
Bij optie 3 geeft de school in de weektaak aan welke lessen op school gevolgd/gemaakt moeten worden en welke thuis. Alle lessen zijn voorzien van een instructiefilm door de leerkracht, waardoor leerlingen de instructie zowel thuis als op school kunnen kijken. Het verschil met model 1b is dat de leerling na het kijken van de instructie direct verder kan met de verwerking. Leerervaringen vormen daardoor een meer samenhangend geheel. In dit model is de instructie volledig asynchroon en wordt de instructiefilm optimaal benut, waardoor zowel de leerkracht als de leerling effectief en efficiënt kunnen omgaan met hun tijd. Dit model is wellicht nog het meest leerlinggericht, maar doet wel een groot beroep op de aanwezigheid van digitale leermiddelen in de klas. Doordat leerlingen op school ook samen de instructie kunnen bekijken, benut dit model net als model 1b de tijd op school om samen te werken, te ontdekken en te leren. En ook hier geldt dat afhankelijk van de online tools die worden ingezet voor het verwerken van de lesstof, dit model meer of minder positief uitpakt.

Tabel 1 De voor- en nadelen van de verschillende modellen
Tabel 1. De voor- en nadelen van de verschillende modellen

Conclusie
Op basis van bovenstaande analyse kunnen we stellen dat model 3 het meest effectief lijkt. In dit model worden de voordelen van online onderwijs zoveel mogelijk benut, is er veel flexibiliteit voor de leerling, en vormt het onderwijs thuis, op school en online een samenhangend geheeld. Het model van flipping the classroom is een goede tweede, zeker wanneer in dit model de instructievideo’s ook in de klas nog eens te bekijken zijn. Deze modellen zijn voor de leerkracht wel het meest tijdsintensief, omdat ze ‘live’ instructie geven ‘’en filmpjes moeten opnemen.

Hoewel model 1a het meest gebruikt wordt door de scholen die reageerden op de poll, lijkt dit model minder effectief. De onzekerheid in dit model zit in de aanname dat de tijd voor instructie ten koste gaat van de tijd voor sociale activiteiten, of in de tweede aanname dat er na instructie weinig tijd is voor controle van begrip, verwerking en extra instructie. We moeten wel voorzichtig zijn met deze aannamen, want we hebben in de poll niet uitgevraagd hoe de scholen hun tijd verdelen over deze sociale en verwerkingsactiviteiten. Wel is duidelijk dat de modellen waarbij instructie ook thuis kan worden gevolgd, de leerervaringen thuis en op school meer één geheel vormen, kinderen indien nodig de instructies nog eens kunnen bekijken, en ouders met hulp van de instructie beter in staat zijn hun kinderen te helpen.

Wat de effectiviteit van de modellen verder kan vergroten, is de inzet van online leermiddelen. Blended learning biedt veel mogelijkheden om het onderwijs beter te laten aansluiten bij de behoeften van de leerlingen, zeker wanneer deze geïntegreerd zijn met de leerervaringen op school, en leerlinggericht zijn. Digitale tools die een rijke leeromgeving bieden en goede monitoring door de leerkracht ondersteunen, kunnen juist in deze periode van thuisonderwijs zeer goed worden ingezet. Een uitgebreid overzicht van online leermiddelen is hier te vinden.

Please find here the pdf with references
_________________________________________

Dr Agnes Willemen; universitair hoofddocent Vrije Universiteit; a.m.willemen@vu.nl
Prof. dr. Melanie Ehren; hoogleraar onderwijswetenschappen en directeur onderzoeksinstituut LEARN!, m.c.m.ehren@vu.nl
Mariska Westdijk, directeur Onderwijs & Identiteit at CSG De Waard; m.westdijk@csgdewaard.nl

Voor meer informatie; onderzoeksinsituut LEARN!: www.learn.vu.nl